Questionmark Perception
Jul 22 2017 |
Aangemeld als : oc
4e lj (KB) Houtachtige gewassen en beplantingen

 

Question

Op de onderkant van het blad van een wilgenboom zie je oranje/roodachtige sporenhoopjes. Op de bovenkant van het blad zie je hierdoor geelbruin verkleurde vlekjes.

Met welk soort schimmel heb je te maken?

Question

Als je zware takken van een boom moet snoeien, dan gebruik je de driesnedenmethode. Zo voorkom je dat door het gewicht van de tak de bast mee scheurt. En er ontstaat dus geen grote wond.

In deze tekening zie je drie zaagsneden in de tak. Welke snede maak je het eerst, welke maak je daarna en welke maak je het laatst? Sleep de cijfers bij de goede snede.

Question

Je wilt ziekten bij bomen en struiken voorkomen.

Zijn de volgende maatregelen goed of fout als je ziekten wil voorkomen?

Question

Hieronder staan beweringen over houtachtige gewassen.

Welke beweringen zijn waar en welke zijn niet waar?

Klimop en druif hebben een stam van hout.
Na het uitlopen in het voorjaar zijn alle takken van een boom verhout.
Houtige gewassen worden minder oud dan kruidachtige gewassen.
Struiken zijn houtachtige gewassen.

Question

Bij het inkuilen en opkuilen van bosplantsoen moet je zorgen dat je geen fouten maakt.
In de tabel staan de meest gemaakte fouten bij inkuilen en opkuilen. Eronder staan de gevolgen.
Sleep de gevolgen van de fouten op de goede plaats.

Question

Je werkt bij de plantsoenendienst van de gemeente en je moet op verschillende plekken in de stad beplantingen aanleggen. Iedere beplanting die je moet aanleggen heeft een andere functie.

Welke planten horen bij de volgende situaties?

Question

Een boom blijft niet eindeloos doorgroeien. Op een gegeven moment heeft een boom zijn maximale lengte bereikt: de boom heeft zijn eindbeeld bereikt.

Welke drie omstandigheden bepalen het eindbeeld van een boom?

Question

De plantafstand die je gebruikt bij het planten van bosplantsoen hangt van een aantal dingen af.

Welke twee punten bepalen de plantafstand?

Question

Bij het snoeien van bomen en struiken maak je gebruik van verschillende gereedschappen. Kies de juiste woorden.

Voor het snoeien van twijgen gebruik je een . Dunne takken van bomen en struiken snoei je met een . Een gebruik je als je struiken gaat afzetten.

Question

Bomen en struiken kunnen ook aangetast worden door insecten en andere dieren. Soms gebruiken deze dieren de planten als voedselplant, soms als waardplant.

En wat is het in de volgende gevallen: voedselplant of waardplant?

bastaardsatijnvlinder op meidoorn    
bladluis op een lindeboom
spreeuwen op een kersenboom
een woelmuis onder fruitbomen

Question

Struiken en bomen groeien in de lengte en in de breedte. Als je de lengte van een boom weet, dan kun je de breedte van de kroon van die boom schatten.

Is de volgende bewering juist?

"Een solitaire boom zal 10 meter hoog worden. De kroon van die boom zal 8 meter breed worden."

Question

Bij het dunnen van bomen en struiken gebruik je een bijl. Een bijl moet je regelmatig slijpen.

Welke beweringen over het slijpen van een bijl zijn waar en welke zijn niet waar?

Bijlen moet je een beetje rond slijpen.
Als je een bijl vijlt, dan vijl je van dun naar dik.
Je brengt de welving op dikte met een bastaardvijl.
De braam op de snede verwijder je met een zoetvijl.

Question

Lees dit stukje tekst over het planten van bosplantsoen. Kies de juiste woorden.

Als je bosplantsoen gaat planten, dan maak je eerst de grond van de beplantingsstrook los. Dit doe je met een . Voor je gaat planten zet je een plantverband uit. Bij bomen en struiken is dit vaak een of een vierkantsverband. Als je de boom of struik in het plantgat plaatst, snoei je de weg die te ver uitsteken.

Question

Snoeien is belangrijk bij het onderhoud van bomen en struiken. Door te snoeien zorg je ervoor dat een plant gezond blijft en in een mooie vorm groeit.

Welke beweringen over het snoeien van bomen en struiken zijn goed en welke zijn fout?

Je moet altijd meer dan 20% van de takken wegsnoeien.
Takken moet je schuin afzagen.
Bij begeleidingssnoei maak je het onderste deel van een boomstam takvrij.
Als je een stokzaag gebruikt, sta je dicht bij de stam van de boom.

Question

Bij het snoeien van bomen en struiken maak je vaak gebruik van een zaag. Er zijn verschillende soorten zagen. Iedere zaag is geschikt voor een bepaald soort snoeiwerk.



Welke zagen zie je hier?

Question

Bekijk deze foto.



Wat is er met deze bomen gedaan?

Question

De manier waarop bomen of struiken bij elkaar staan, noem je het beplantingstype. Het beplantingstype dat je kiest, hangt af van de functie van de beplanting.



Welk beplantingstype is hier neergezet en welke functie heeft het beplantingstype?